Webinarverslag – Gifted Potential in Displacement
Het (h)erkennen van hoogbegaafdheid bij ontheemde kinderen

Op 24 april organiseerde de World Council for Gifted and Talented Children een internationaal webinar met een actueel en urgent thema: begaafdheid in situaties van gedwongen migratie. Wereldwijd zijn naar schatting 120 tot 150 miljoen mensen ontheemd door oorlog, armoede, vervolging of natuurrampen. Binnen die groep bevinden zich naar verwachting zo’n 25 miljoen begaafde kinderen en jongeren, wier talenten zelden worden herkend of ondersteund.
Systemische benadering van begaafdheid bij migratie
De eerste spreker, Mehmet Biçakçı, verbonden aan de Friedrich-Alexander Universiteit in Duitsland, opende met een analyse op systeemniveau. Vanuit het actiotoopmodel (Actiotope model of giftedness) en het concept van ‘educational and learning capital’ (onderwijs- en leerkapitaal) beschreef hij hoe begaafdheid geen statisch gegeven is, maar het resultaat van dynamische interacties tussen het individu en diens omgeving.
Hij wees erop dat migratie niet alleen disruptie veroorzaakt, maar óók kansen biedt – mits landen erin slagen om ondersteunende omgevingen te creëren. Biçakçı maakte inzichtelijk hoe onder andere sociale steun, culturele veiligheid, mentorschap, materiële voorzieningen en beleidsmatige ruimte essentieel zijn voor het ontwikkelen van potentieel. Landen die daarin investeren, plukken daar als samenleving de vruchten van.
Onderzoek naar onderherkenning in Nederland
De tweede bijdrage kwam van Femke Hovinga, oprichter van o.a. Opallios en onderzoeker in Nederland. Zij presenteerde de resultaten van het grootschalige onderzoeksproject (On)gezien, waarin de invloed van onder andere migratieachtergrond, sociaaleconomische status, thuistaal, geboortemaand en geslacht op het herkennen van begaafdheid werd onderzocht in het primair onderwijs.
De bevindingen waren confronterend: minder dan de helft van de leerlingen met een intelligentiequotiënt (IQ) van 130 of hoger werd door hun eigen leerkracht als mogelijk begaafd aangemerkt. Leerlingen met een niet-westerse migratieachtergrond, een andere thuistaal dan het Nederlands, of een lage sociaaleconomische status bleken structureel te worden onderschat. Bovendien bleken jongens eerder te worden overschat, terwijl meisjes met vergelijkbare capaciteiten veelal onzichtbaar blijven.
Een bijzonder schrijnend voorbeeld betrof de invloed van de naam van een leerling: leerlingen met een Arabische naam hadden significant minder kans om naar het vwo te worden doorverwezen dan leerlingen met een Europese naam, zelfs bij gelijke IQ-scores. Hovinga sprak over een ‘kansentombola’ waarin toeval en vooroordelen zwaarder wegen dan cognitieve vermogens.
Literatuurstudie: internationale identificatiepraktijken schieten tekort
De derde spreker, Dr. Ali Alofat van de Qatar Universiteit, voerde een systematische literatuurstudie uit naar identificatiepraktijken voor hoogbegaafde vluchtelingenkinderen. Zijn conclusie: hoewel er wereldwijd veel onderzoek is naar ondervertegenwoordigde groepen in begaafdheidsprogramma’s (zoals leerlingen met een migratieachtergrond, leerstoornissen of lage sociaaleconomische status), zijn vluchtelingen als aparte groep nauwelijks bestudeerd.
Alofat betoogde dat bestaande identificatiemethoden – zoals intelligentietests, docentinschattingen en screeningsinstrumenten – vaak niet toepasbaar zijn op kinderen met trauma, leeronderbrekingen of culturele ontwrichting. Hij pleitte voor meer culturele responsiviteit, psychologische ondersteuning en methoden die rekening houden met de realiteit van kinderen in vluchtelingenkampen. Slechts een fractie van de wetenschappelijke studies buiten de VS hield zich specifiek bezig met begaafde vluchtelingenkinderen.
Collectieve opdracht: meer dan cijfers en scores
Tijdens het afsluitende panelgesprek stond de vraag centraal: hoe zorgen we ervoor dat deze kinderen niet alleen worden opgevangen, maar ook erkend worden in hun potentieel? De sprekers benadrukten dat begaafdheid bij vluchtelingen en migrantenkinderen geen ‘extra zorg’ is, maar een maatschappelijk vraagstuk dat vraagt om visie, samenwerking en beleidsmatige inbedding.
De boodschap van dit webinar is helder: wanneer we begaafdheid blijven reduceren tot meetbare scores in een gestandaardiseerd systeem, sluiten we juist díe leerlingen buiten die het talent het hardst nodig hebben als hefboom naar toekomstperspectief.
Relevantie voor het Nederlandse onderwijsveld
Hoewel dit webinar een internationaal perspectief bood, zijn de implicaties direct toepasbaar op de Nederlandse context. Ook hier blijkt uit onderzoek dat begaafde leerlingen met een migratieachtergrond structureel worden gemist in identificatieprocessen. Een inclusiever begaafdheidsbeleid vraagt om bewustwording, training van leraren, en het herzien van standaardprocedures. En dat start met objectief signaleren, niet kijkend naar taal, cultuur of behaalde cijfers, maar naar potentieel. Dat kan met instrumenten zoals ZOOV+ (PO) en VOQS (VO).
Dit webinar toonde overtuigend aan dat begaafdheid wereldwijd ongelijk verdeeld lijkt – niet qua aanleg, maar qua erkenning. Wie talent wil zien, moet leren voorbij het stereotype te kijken. Of, zoals Hovinga het verwoordde: “Niet elk hoogbegaafd kind gedraagt zich zoals we verwachten – soms spreken ze geen Nederlands, soms heten ze Mohammed, en soms houden ze zich stil. Maar hun potentieel is er niet minder om.”